Whitby

Door: Elly

Blijf op de hoogte en volg Elly

07 September 2025 | Verenigd Koninkrijk, Whitby

6 september 2025

Het zou vandaag mooi weer worden en dat werd het ook. Na het ontbijt liepen we naar de boulevard die hier op een steenworp afstand ligt. Rinske kon daar mooi koffie halen en met het uitzicht op de haven en op de Abbey daalden we via steile straatjes, steegjes en trappen af naar het centrum. Morgen zou het weer minder worden en Rinske had bedacht dat het dan misschien leuk zou zijn om met een oude stoomtrein door de Moors te rijden, waarbij het stationnetje Goathland (“Zweinstein” in de Harry Potter films) zou worden aangedaan. Daarom liepen we eerst naar het toeristenbureau. Helaas bleek het treintje niet op zondag te rijden. Ook de informatie die we kregen was erg mager.

We liepen langs de haven waar het een drukte van belang was. Je kon tochtjes maken over zee van een half uurtje, met een piratenboot de zee op, met een kitscherige driemaster een stukje de zee op, kortom, een haven vol mogelijkheden! Wij bleven maar gewoon aan de wal; volgende week kunnen we weer genoeg varen! Als je niet geïnteresseerd bent in de geschiedenis, sla dan het volgende over.

Whitby ligt aan de rivier en Esk en alles draaide hier om de scheepvaart, grondstoffen en nu vooral om het toerisme. Vanaf de middeleeuwen had het een aanzienlijke haring- en walvisvloot en het was de plek waar kapitein Cook het zeemanschap leerde. Zijn eerste verkenning van de zuidelijke oceaan deed hij met de HMS Endeavour, die in Whitby was gebouwd. Bij Whitby werd ook aluin gewonnen en sieraden van Whitby jet (een soort fossiele steenkool) waren populair in de 19de eeuw.

Het toerisme in Whitby begon in de Georgische periode en groeide verder met de komst van de spoorweg in 1839. De ruïne van de abdij boven op de East Cliff is het oudste en meest markante herkenningspunt van de stad. Andere belangrijke kenmerken zijn de draaispoorbrug over de rivier de Esk en de haven die wordt beschut door grote pieren. Op de West Cliff staat een standbeeld van kapitein Cook, evenals een walvisboog. Het stadje Whitby komt ook voor in de roman Dracula van Bram Stoker. Je hebt hier natuurlijk ook spookwandelingen, veel winkels met gothic items, Whitby Jet en vooral veel fish-and-chips! Er lopen hier ook best wel veel gothics rond en in de herfst is hier ook een groot gothic festival.

Whitby stond in de Angelsaksische periode bekend als Streoneshalh, wat “Streon’s hoekje land” betekent. De moderne naam, die voor het eerst verschijnt in het Domesday Book, betekent (Hvita’s boerderij”, van het Oudnoorse Hvitabyr. In 657 na Christus werd er in Streoneshalh een klooster gesticht door koning Oswiu (of Oswy) van Northumbria, als een teken van overwinning op Penda, de heidense koning van Mercia. Bij de oprichting was de abdij een Angelsaksich dubbelklooster, bedoeld voor zowel mannen als vrouwen. De eerste abdis was de koninklijke prinses Hilda, die later als heilige werd vereerd.

De abdij groeide uit tot een centrum van kennis en leren, en het was hier dat Cædmon, een eenvoudige koeherder, op “wonderbaarlijke” wijze werd geïnspireerd tot dichter. Zijn werk wordt beschouwd als een voorbeeld van Angelsaksische literatuur. De abdij werd het voornaamste koninklijke nonnenklooster van het koninkrijk Deira en fungeerde als begraafplaats voor de koninklijke familie. Tijdens de Synode van Whitby in 664 werd bepaald dat in Northumbria de Romeinse datum van Pasen zou worden aangehouden in plaats van de Keltische berekening.

Het klooster werd tussen 867 en 870 verwoest tijdens een reeks invallen door Vikingen uit Denemarken, onder leiding van Ingwar en Ubba. De locatie bleef meer dan 200 jaar verlaten, tot na de Normandische verovering van Engeland in 1066. Na de verovering werd het gebied geschonken aan William de Percy, die in 1078 land schonk om een benedictijns klooster te stichten, gewijd aan Sint Peter en Sint Hilda. Deze schenking omvatte:

-Grond voor het klooster

-De stad en haven van Whitby

-De St. Mary’s church en de daaraan verbonden kapellen in Fyling, Hawsker, Sneaton, Ugglebarnby, Dunsley en Aislaby

-Vijf molens, waaronder die in Ruswarp

-Hackness met twee molens en twee kerken.

Toen het Domesday Book werd samengesteld in 1086, werd Whitby beschreven als deels verwoest en als een kleine nederzetting. Uit andere gegevens blijkt dat Whitby’s economische en agrarische achteruitgang, vergeleken met de toestand voor de Normandische verovering onder graaf Siward, het gevolg was van de verwoestingen door het leger van Willem de Veroveraar tijdens de Harrying of the North tussen 1069 en 1070.

Rond 1128 verleende Hendrik I de abdij het recht op burgage in Whitby (grondbezit binnen een stad) en toestemming om een jaarmarkt te houden op het feest van Sint Hilda op 25 augustus. Een tweede jaarmarkt vond plaats rond het winterfeest van Sint Hilda bij Sint Maarten (Martinmas). Marktrechten werden aan de abdij toegekend en gingen daarna over op de vrijheid (de autonome jurisdictie verbonden aan de abdij).

Whitby Abbey gaf zich in december 1539 over toen Hendrik VIII de ontbinding van de kloosters instelde. Tegen 1540 telde het stadje tussen de 20 en 30 huizen en had het een bevolking van ongeveer 200 mensen. De burgers van Whitby, die onder het klooster weinig zelfstandigheid genoten, probeerden na de ontbinding zelfbestuur te verkrijgen. De koning gaf opdracht om Letters Patent (koninklijke oorkonden) op te stellen om aan hun verzoek te voldoen, maar dit werd nooit uitgevoerd.

In 1550 werd de Liberty of Whitby Strand (behalve Hackness) toegekend aan de graaf van Warwick, die het in 1551 overdroeg aan Sir John York en zijn vrouw Anne. Zij verkochten het pachtcontract vervolgens aan de familie Cholmley. Tijdens de regering van Elizabeth I was Whitby een kleine vissershaven. In 1635 bestuurden de eigenaren van de liberty de haven en het stadje, waar 24 burgers het recht hadden om goederen te kopen en verkopen die per schip waren aangevoerd.

Het burgagebezit (stedelijk grondbezit met bepaalde privileges) bleef bestaan tot de Whitby (Yorkshire) Improvement Act van 1837, waarmee het bestuur van de stad werd toevertrouwd aan een raad van verbeteringscommissarissen, gekozen door de belastingbetalers.

Aan het einde van de 16de eeuw bezocht Thomas Chaloner aluinfabrieken in de Pauselijke Staten, waar hij opmerkte dat het gesteente dat daar werd verwerkt, leek op het gesteente onder zijn landgoed in Guisborough. In die tijd was aluin van groot belang voor medicinale toepassingen, het looien van leer en het fixeren van kleurstoffen in textiel. De Pauselijke Staten en Spanje hadden het monopolie op de productie en verkoop ervan. Chaloner smokkelde heimelijk arbeiders naar Engeland om de industrie in Yorkshire op te zetten. Tijdens de regeerperiode van Jacob I werd aluin geproduceerd bij Sandsend Ness, ongeveer vijf kilometer van Whitby. Zodra de industrie goed op gang was gekomen, werd importeren verboden. Hoewel het productieproces arbeidsintensief was, werd Engeland uiteindelijk zelfvoorzienend in de aluinproductie. Whitby groeide aanzienlijk als havenstad dankzij de aluinhandel en door de import van steenkool uit het Durhamse steenkoolgebied om het productieproces mogelijk te maken.

Whitby groeide in omvang en welvaart, en breidde zijn activiteiten uit met scheepsbouw, waarbij gebruik werd gemaakt van plaatselijk eikenhout. Tussen 1790 en 1791 bouwde Whitby 11.754 ton aan schepen, waarmee het de derde grootste scheepsbouwer van Engeland was, na Londen en Newcastle. Belastingen op importgoederen die de haven binnenkwamen, leverden geld op om de dubbele pieren van de stad te verbeteren en uit te breiden, wat de haven toegankelijker maakte en verdere handelsgroei mogelijk maakte.

In 1753 vertrok de eerste walvisvaarder naar Groenland, en tegen 1795 was Whitby uitgegroeid tot een belangrijke walvishaven. Het succesvolste jaar was 1814, toen acht schepen 172 walvissen vingen. De vangst van de walvisvaarder Resolution leverde maar liefst 230 ton olie op. De karkassen produceerden 42 ton walvisbeen, dat gebruikt werd voor baleinen voor korsetten, tot veranderingen in de mode deze overbodig maakten.

Walvisspek werd uitgekookt om olie te produceren, die werd gebruikt in olielampen. De gebeurde in vier oliehuizen aan de haven. De olie werd ook gebruikt voor straatverlichting, totdat gasverlichting meer gangbaar werd. De Whitby Whale Oil and Gas Company veranderde uiteindelijk van naam en functie in de Whitby Coal and Gas Company. Toen de markt voor walvisproducten instortte en de vangsten te klein werden om rendabel te blijven, liep de walvisvaart terug. In 1831 was er nog maar een walvisvaarder over in Whitby, de Phoenix.

Whitby profiteerde van de handel tussen het steenkoolgebied van Newcastle en Londen, zowel door de scheepsbouw als door het leveren van transportdiensten. In zijn jeugd leerde de ontdekkings-reiziger James Cook zijn vak op koolvaarders, die steenkool vervoerden vanuit de haven van Whitby. De HMS Endeavour, het schip waarmee Cook op expeditie ging naar Australië en Nieuw-Zeeland, werd in 1764 in Whitby gebouwd door Thomas Fushburn als een koolschip onder de naam Earl of Pembroke. In 1768 werd het gekocht door de Royal Navy, omgebouwd en hernoemd tot Endeavour.

Het toerisme in Whitby kwam pas echt goed op gang toen Whitby een spoorlijn kreeg naar Pickering en daarna met York. In de Georgische tijd ontwikkelde Whitby zich tot een kuuroord, toen drie ijzerhoudende bronnen (Chalybeate springs) populair werden vanwege hun medicinale en versterkende werking. De toestroom van bezoekers leidde tot de bouw van logeerhuizen en hotels, vooral op de West Cliff.

Wat hier veel verkocht wordt is het zogenaamde Whitby jet, waarvan ik thuis een paar sieraden heb en waarvan ik hier nog wat wilde kopen. De zwarte mineraalachtige stof jet is het samengeperste overblijfsel van de apenpuzelboom. Dit is een zeer bijzondere naaldboom uit Zuid-Amerika die meer dan 45 meter hoog kan worden. Hij heeft een zeer recht opgaande vorm. De stekelige bladeren kunnen een uitdaging vormen voor klimmende apen, vandaar de naam “apenpuzzelboom”. Het is de nationale boom van Chili. Het wordt gevonden in de kliffen en op de heidevelden en wordt sinds de bronstijd gebruikt om kralen van te maken. De Romeinen stonden erom bekend dat ze het in dit gebied ontgonnen. In de Victoriaanse tijd werd jet per pakezeltje naar Whitby gebracht om er sierobjecten van te maken. Het bereikte een hoogtepunt in populariteit in het midden van de 19de eeuw, toen koningin Victoria jet als rouwsieraad droeg na de door van prins Albert.

De opkomst van ijzeren schepen aan het eind van de 19de eeuw en de ontwikkeling van havenfaciliteiten aan de rivier de Tees leidden tot de neergang van kleinere havens in Yorkshire. De “Monks-haven”, die in 1871 te water werd gelaten, wat het laatste houten schip dat in Whitby werd gebouwd en een jaar later was de haven dichtgeslibd.

Op 30 oktober 1914 verging het hospitaalschip “Rohilla”, toen het vlak voor de kust bij Whitby op de rotsen liep. Van de 220 mensen aan boord kwamen er 74 om het leven bij de ramp, van wie er 33 begraven werden op de begraafplaats van Whitby. In december 1914 werd Whitby vanaf zee onder vuur genomen door de Duitsers, waarbij Whitby Abbey aanzienlijke schade opliep.

In het begin van de 20e eeuw zorgde de vissersvloot ervoor dat de haven druk bleef, terwijl slechts enkele vrachtschepen de haven aandeden. De haven kreeg nieuw leven ingeblazen als gevolg van een staking in de dokken van Hull in 1955, toen zes schepen werden omgeleid en hun lading losten aan de vissteiger. Endeavour Wharf, nabij het treinstation, werd in 1964 geopend door de plaatselijke gemeente. Het aantal schepen dat de haven aandeed in 1972 was 291, een toename in vergelijking met maar 64 in 1964. Er worden onder andere hout, papier en chemicaliën geïmporteerd, terwijl staal, vuurvaste stenen en deuren worden geëxporteerd. De haven is eigendom van en wordt beheerd door de gemeenteraad van Scarborough sinds de havencommissarissen in 1905 hun verantwoordelijkheid neerlegden. In 1979 werd een jachthaven aangelegd nadat de bovenhaven uitgebaggerd was.

Whitby ligt aan de rivier de Esk. Het is al sinds de middeleeuwen een oversteekplaats en verschillende bruggen hebben de rivier overspannen. De huidige brug, gebouwd in 1908, is een draaibrug met een overspanning van 23 meter en scheidt de boven- en benedenhavens.

De draaibrug over de Esk verdeelt de boven- en benedenhavens en verbindt de oost- en westkant van de stad. Whitby ontwikkelde zich als een belangrijk oversteekpunt van de rivier de Esk, en in 1351 werd toestemming verleend om tol te heffen voor het onderhoud van de brug. In 1609 werd opdracht gegeven voor een onderzoek naar een nieuwe brug, en in 1628 werd deze omschreven als een ophaalbrug waarbij mannen planken omhoogtilden om schepen door te laten en tol werd geïnd. In 1766 werden de brugpijlers herbouwd in steen voor een bedrag van £3.000. Deze constructie werd tussen 1833 en 1835 vervangen door een brug met vier bogen, waarvan één gietijzeren boog draaibaar was om schepen doorgang te verlenen.

De brug maakte het mogelijk voor de stad om zich uit te breiden naar de westelijke oever, terwijl de oostelijke oever, Haggerlythe, wordt gedomineerd door de St. Mary's Church en de ruïnes van Whitby Abbey. St. Mary's Church is een monumentaal pand en staat op de plek van een vroegere Saksische kerk. De oorspronkelijke stichting van de kerk dateert uit de 12e eeuw. Door de jaren heen is het gebouw uitgebreid en aangepast, maar het bevat nog steeds originele elementen zoals gesloten banken (box pews).

De East Cliff ligt vrij afgelegen via de weg, maar er zijn alternatieven: je kunt de 199 treden van de "Church Stairs" beklimmen of het voetpad nemen dat bekendstaat als Caedmon's Trod. De stenen trappen, die de oorspronkelijke houten treden vervingen, werden ongeveer 200 jaar geleden gebouwd en gerenoveerd tussen 2005 en 2006. De tussenliggende plateaus dienden oorspronkelijk om doodskisten te laten rusten tijdens hun tocht naar de begraafplaats boven op de klif.

Whitby ligt aan een kuststrook die bekend staat als de Dinosauruskust of Fossielenkust. Bij Whitby zijn voetafdrukken van een dinosaurus zichtbaar op het strand. Tot de fossielen behoren onder andere versteende botten van een bijna compleet krokodillenskelet en een exemplaar van een plesiosaurus. Ook worden zogenaamde ammonieten gevonden.

De ingang naar de haven ligt tussen twee kliffen. Aan de oostkant is de klif hoog, 57 meter. Aan de westkant is hij veel lager. De oostklif bestaat uit afwisselende lagen leisteen, zandsteen en klei. Die aan de westkant is veel instabieler omdat hij bestaat uit keileem bovenop een zandstenen basis, waardoor deze minder stabiel is en gevoelig voor afschuiving. Op beide kliffen vindt erosie plaats.

Nadat we bij het verkeersbureau geweest waren liepen we langs de haven waar allemaal stalletjes stonden met van alles en nog wat. Daarna liepen we over de swingbridge, waar eenrichtingsverkeer was. Er stond nog een bordje “weak bridge”. Zo kwamen wij in het oudste gedeelte van Whitby. De huizen zijn gebouwd van baksteen of natuursteen en vaak gedekt met rode dakpannen. De straatjes waren smal en “niet geschikt voor brede auto’s”. Ik had mij al voorgenomen niet met de auto deze kant op te gaan!

We kwamen langs een viswinkel waar ze “crabsandwiches” verkochten. Ik kon de verleiding niet weerstaan en kocht er eentje. Eerlijk gezegd viel de smaak mij tegen. Aan het eind kwamen we bij Hammond Whitby Jetshop, waar ik een paar sieraden wilden kopen. Helaas kon je, wat ik gezien had, alleen online kopen. Dus ik heb hier geen geld uitgegeven, wat mijn rekening ten goede kwam.

Verder lopen had voor mij geen zijn, omdat het plaveisel veranderde in keitjes, de zogenaamde cobbled streets”. Bovendien eindigde de straat bij de al eerdergenoemde Church Stairs. Ik zag er maar vanaf om die te beklimmen. 199 treden is net iets te veel van het goede. Op de terugweg zagen we nog een kreeftenstraat liggen in een stalletje en Rinske kocht er eentje voor 2.50 £ (zo, die toets heb ik ook weer gevonden!). Het was erg droog en viel tegen.

Rinske liet mij achter op de westklif, waar allemaal banken stonden en waar je een heel mooi uitzicht had over de zee en de oostklif met de trap en de Abbey. Ik genoot van het uitzicht en van het weer. Rinske ging nog een wandeling maken. Zij ging eerst naar ons appartement om zich om te kleden en sportief gekleed met goed schoeisel kwam zij weer terug, klaar om de 199 treden te beklimmen naar de Abbey, voor Rinske een kleinigheid. Na het bezoek aan de Abbey heeft zij nog een stuk langs het strand gelopen. Ik was ondertussen teruggegaan naar het appartement en ik was er net toen zij ook kwam. En zo hadden wij weer een top dag!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Verenigd Koninkrijk, Whitby

Met Rinske naar Engeland

Negendaagse reis naar Yorkshire. Met de boot naar Hull, vervolgens naar York en naar Whitby.

Recente Reisverslagen:

17 September 2025

Noordbroek en Zuidbroek

09 September 2025

De kust en de bootreis terug

07 September 2025

Whitby

07 September 2025

Whitby

06 September 2025

Van York naar Whitby en kasteel Howard

04 September 2025

York

03 September 2025

York

03 September 2025

De Abbeys en Beverley

01 September 2025

De bootreis en Kingston upon Hull
Elly

Hallo, Ik ben Elly van Oudenaren. Ik ben 64 jaar oud en docente Duits. Ik houd ervan om nieuwe dingen te zien, steden te bezoeken en te genieten van de verschillende landschappen. Dit jaar reis ik voor het eerst alleen. Een half jaar geleden is mijn man Gilles overleden. Maar ik wil nog zo graag van alles zien. We gingen altijd met de caravan, wat voor mij het leukste is. Nu ga ik langs hotelletjes. Dat is veel minder leuk, vind ik. Je zit dan alleen op de kamer, terwijl je op een camping gelijk aanspraak hebt. Maar misschien ontmoet ik toch wel hele leuke mensen, juist omdat ik alleen ben. Ik vertrek morgen, 17 juli. Via Venlo rijd ik naar Koblenz en dan verder naar Sasbach in Schwarzwald, waar mijn vriendin woont. Daar ga ik eerst een paar dagen bijkomen. Vervolgens rijd ik weer noordwaarts en ga via Dresden naar Holtendorf, waar ik overnacht. Dan begint het avontuur. Ik ga een rondreis maken door Polen. Ik ga naar Krakau en dan naar Gdansk. Onderweg hoop ik allerlei interessante dingen te zien. Via de route langs de Oostzee rijd ik dan weer terug.

Actief sinds 15 Juli 2016
Verslag gelezen: 143
Totaal aantal bezoekers 98902

Voorgaande reizen:

31 Augustus 2025 - 09 September 2025

Met Rinske naar Engeland

15 Mei 2025 - 25 Juni 2025

Op bezoek in Florence

29 Mei 2023 - 21 Juni 2023

Rondje Duitsland en Polen

14 April 2023 - 21 April 2023

Naar de Moezel

21 Augustus 2022 - 08 September 2022

Reis door Duitsland deel 2

06 Juni 2022 - 25 Juni 2022

Reis door Duitsland deel 1

29 Juli 2018 - 29 Augustus 2018

Rondje Oostzee

30 Juli 2017 - 22 Augustus 2017

Op reis door de Baltische Staten

17 Juli 2016 - 09 Augustus 2016

Alleen naar Polen

14 September 2025 - 30 November -0001

Vakantie Groningen

Landen bezocht: