Appingendam, Usquert en Bierum
Door: Elly
Blijf op de hoogte en volg Elly
15 September 2025 | Nederland, Nieuwe Pekela
Zondag 14 september 2025
Vandaag heb ik een heerlijke dag gehad. Ik ben erop uitgetrokken. Agnes en Allard gingen weer terug naar het westen en ik heb hier nu de leiding over veel dieren. In ieder geval doen de kippen wel hun best met eieren leggen. Gisterenavond had ik quiche Lorraine gemaakt met een salade. In totaal heb ik acht eieren gebruikt!
Omdat het vandaag open monumentendag was ben ik bijtijds op stap gegaan. Niet te vroeg, want dan is er toch niets open. Ik reed naar Appingendam. In de informatie op internet stond dat de Nicolaikerk open was en dat je de “hangende keukens” kon bezoeken, die boven het Damsterdiep hangen.
Ik begon bij de Nicolaikerk. Het was een grote kerk en het was er heel erg druk. Niet zozeer in het schip, maar in de zijbeuk stonden allemaal tafels waar mensen koffie zaten te drinken en zaten te kwekken. Ik liep rond in de kerk en bewonderde de mooie fresco’s. Ik wilde nog een boekje kopen maar ik had helaas geen klein geld. Pinnen kon ik wel bij de Appie, dus daar moest ik ook maar even langs.
Ik nam intussen wat foto’s in en buiten de kerk en alles lag prachtig in het zonnetje. Het oude stadhuisje stond tegen de kerk aan. Het was oorspronkelijk een “Schuttershuis”, dat in 1630 verbouwd is tot stadhuis. Op de benedenverdieping bevond zich de Waag. De gevel heeft een Renaissancestijl. Op de gevel zie je een geblinddoekte Vrouwe Justitia. In de gevel staat ook een opschrift: “Gode alleen zij d’eer, eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht. Waar men ’t recht niet eerbiedigt noch handhaaft, waar geen eerlijkheid, vroomheid, trouw gevonden wordt, daar staat een rijk op zwakke voeten”. Het stadhuisje is diverse keren gerestaureerd.
Ik liep naar de “hangende keukens”. Ook daar werd gefotografeerd. Het was een mooi beeld vanaf het bruggetje met de geraniums. Helaas bleek het huisje, in tegenstelling tot wat er vermeld stond, niet open. Er kwamen al teleurgestelde mensen terug. Met 20 graden liep ik terug naar de auto om te gaan pinnen bij AH. Daarna reed ik weer terug naar mijn parkeerplekje naast de kerk.
Er zat een jongeman die ik al eerder gesproken had. Hij bood aan wat te vertellen over de kerk en dat was echt interessant. Er was een mooi fresco van het Lam Gods en een fresco van de Vier Gekroonde Martelaren (Quatuor Coronatie) afgebeeld: Claudius met een passer, Nicostratus met een winkelhaak, Castorius met een beitel en Symphorianus met een troffel. Tussen deze patroonheiligen van de middeleeuwse bouwgilden is een wapenschild in laatgotische stijl geplaatst, waarvan het schild een aantal bouwwerktuigen laat zien. De Quatuor Coronati verwijst naar de Vier Gekroonde Heiligen en de legende van vier christelijke steenhouwers die weigerden om in opdracht van keizer Diocletianus een tempel voor de god Aesculapius te maken. Zij waren het Christendom toegedaan en weigerden voor een heidense god een gebouw te maken. Zij werden ter dood gebracht door ze in een ton te stoppen en in de Tiber te gooien. De afbeeldingen worden gedateerd op het midden van de 15de eeuw.
Zowel buiten als binnen in de kerk, onder andere onder de preekstoel, vinden we een pelikaan. Deze vogel komt ook al voor in de Oudheid en later opnieuw in middeleeuwse verhalen. Ook in de Bijbel komt hij voor. In Psalm 102 vers 7 staat: “Ik ben gelijk in pelikaan in de woestijn”. De nieuwste vertalingen spreken van een uil in de woestijn. De pelikaan is het symbool van de zelfopofferende liefde: zij voedt immers haar jongen met haar eigen bloed. Een duidelijke verwijzing naar Jezus Christus die ook Zijn bloed gaf opdat anderen konden voortleven.
De kerk heeft ook nog een aangebouwde kapel die een wat minder sterke constructie heeft. Daardoor zitten er ook scheuren in als gevolg van de aardbevingen. Daar hebben we het ook nog uitgebreid over gehad. De gids vertelde dat de Groningers het helemaal niet erg vonden om gas te leveren aan de rest van Nederland, maar dat de schadeloosstelling na de aardbevingen slecht is. De huizen worden dan wel versterkt, maar zo, dat je nog vijf minuten de tijd hebt om te vluchten! In rap tempo verdwijnen de oude huisjes en komen er allemaal nieuwe voor in de plaats en daardoor verdwijnen markante dorpsgezichten.
Je kunt aan de buitenkant nog goed zien dat de kerk vroeger steunberen had om de drukkrachten van een muur of een gewelf naar de fundering af te voeren of op te vangen, waardoor hogere en dunnere muren mogelijk waren. Ze werden bij de restauratie helemaal weggehaald, wanneer precies weet men niet. Men dacht dat ze te zwaar waren voor de ondergrond, maar nu denkt men dat het een vergissing was om ze weg te halen.
Daarna reed ik naar Usquert. Daar ligt het begin van de stamboom van de familie Knol. Ik parkeerde de auto en zag een mooie molen. Ik liep over een smal geasfalteerd paadje. Zouden mijn voorouders hier gelopen ook hebben? Maar dan was dit paadje vast nog niet geasfalteerd. Ik ben eerst naar de molen gegaan. Er stonden een aantal oude mannen die maar al te graag hun verhaal kwijt wilden. Ik kreeg een kopje thee en moest gaan zitten. Hoe kwam ik hier verzeild? Ik vertelde dat mijn voorvader Knol hier geboren was en dat ik eens wilde zien hoe het er hier uitzag. Meteen kwamen de mannen in actie om dat vrouwtje, ik dus, te helpen. Of ik al op de site van allegroningers.nl gekeken had? Een meneer noteerde zelfs mijn telefoonnummer en hij zou voor mij op zoek gaan. Aardige mensen hè, die Greuningers. De molen met de naam Eva stamt oorspronkelijk uit 1818 en is na een brand, die de molen gedeeltelijk verwoestte, in 1891 herbouwd. Het was een koren- en pelmolen en een bovenkruier. De heren vertelden ook trots dat Usquert tijdens het interbellum een van de rijkste gemeenten van Nederland was, zelfs de op drie na rijkste gemeente! Ze vergeleken het zelfs met Bloemendaal en Wassenaar! Had ik misschien toch vermogende voorouders? Dat zal wel niet. En waarom woonden er zoveel vermogende mensen in Usquert, een dorp waarvan ik de naam tot voor mijn onderzoek nog nooit van gehoord had? Dat komt omdat de welvaart hier sterk toe nam door de gestegen landbouwprijzen.
Ik verliet de mannengroep, die onder elkaar Gronings praatten en dat ik echt niet kon verstaan. Ze praatten ook nog een beetje binnensmonds. Hadden ze het misschien over mij? Dat ik wel een leuk autootje heb, dat ik misschien een hele leuke knappe vrouw ben. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat zij mij aanraadden om naar het bijzondere (vroegere) stadhuis te gaan van de gemeente Usquert.
Dat deed ik, het stond slechts 100 meter verder. Ik passeerde schitterende grote, witte villa’s. Bij het stadhuis werd ik ontvangen door, weer een hele aardige, meneer. Hij was in dienst van Vereniging Hendrick de Keyser, een vereniging die zich sinds 1918 inzet voor het behoud van architectonisch of historisch waardevolle monumenten, gebouwen en hun interieurs. Ik zie ze af en toe langskomen op de televisie in Binnenstebuiten.
De aardige meneer was waarschijnlijk heel blij met mijn bezoek en bood gelijk aan om mij een rondleiding gegeven. Het is overigens heel apart om in het noorden van Groningen te zijn en dan in Usquert een stadhuis te vinden van de architect Berlage. Het is het enige raadhuis dat Berlage ooit bouwde. Het vormt een eenheid tussen exterieur en interieur, net als de andere ontwerpen van Berlage. Het monumentale pand met zijn platte daken en hoge toren bestaat uit baksteen, beton en ijzer. Berlage stond een eerlijke stijl voor, waarin de bouwmaterialen niet werden verborgen. De geglazuurde want- en vloertegels, glas-in-loodramen en lichtkoepel harmoniëren met de buitenkant van het pand.
Het raadhuis stamt uit 1930 en je vindt Berlage overal terug. Hij bemoeide zich niet alleen met het exterieur, maar ook met het interieur. Hij had een voorliefde voor de diamantvorm met zes hoeken. Zelfs de klok in de kamer van de burgemeester heeft zes hoeken. In deze kamer zijn ook de oude bakeliet stopcontacten en knopjes om de secretaresse te roepen of de koffiejuffrouw. Wij bezochten ook de ruimtes waar de secretaris/secretaressen zaten, nog compleet met een dikke kluisdeur waar vroeger de archieven bewaard werden. Dan een kleine kamer van de veldwachter.
De fraai betegelde (blauw-groen) hal was centraal gelegen, met alle ruimtes eromheen. Boven zagen we de raadszaal, waar de stoel van de burgemeester natuurlijk net iets hoger was dan de rest. De burgemeesters kwamen allemaal uit de groep van de herenboeren. Achter een deur was ook de stalen spiltrap naar de top van de toren die twee klokken heeft. Tijdens de bouw was Berlage echter niet tevreden met de hoogte van de toren. Een budget voor een verhoging van twee meter was er niet, zodat Berlage de meerkosten voor eigen rekening nam.
Aan het einde van de rondleiding gingen we nog buitenom naar het cachot met een brits en een plee. Er was zelfs verwarming en in de deur zat een luikje. Ik verbaasde me nog dat hier zo een stadhuis stond. Maar ik wilde weer verder en wel naar het kerkje van Usquert, waar misschien wel mijn voorvader was gedoopt. Het was niet ver lopen naar de Sint-Petrus en Pauluskerk, die nu natuurlijk protestants is. Het kerkje ligt op een verhoging.
Usquert wordt al vermeld in de levensbeschrijving van Liudger (742-809, missionaris en rooms-katholieke bisschop). Er is dan al een oratorium, een kapel, waar Liudger ging bidden. Later was Usquert seendkerk van een proosdij. Dit is een kerk, waar in de middeleeuwen de geestelijke rechtspraak gehouden werd onder leiding van de bisschop of diens vertegenwoordiger. De huidige neogotische kerk lijkt 19de -eeuws te zijn, maar heeft een veel oudere kern. Onder het okergekleurde schip zit een grotendeels tufstenen gebouw dat uit de 12de eeuw dateert. Het stevige bouwwerk heeft in 1231 een grote brand doorstaan. Usquert is toen in brand gestoken in het kader van een jarenlange vete in Hunsingo, waarbij de ene partij (uit Eenrum) steun kreeg uit Groningen en Midden-Humsterland, terwijl de andere (uit Usquert en Uithuizen) kon rekenen op hulp uit Fivelingo, Drenthe en Vredewold. Dit alles is te vinden in de Kroniek van Bloemhof, een in middeleeuws Latijn geschreven kroniek uit de 13de eeuw. Het schip is later in baksteen verhoogd en verlengd en waarschijnlijk in de gotische tijd van een driezijdige koorafsluiting voorzien. Er zijn twee overhuifde herenbanken en de oude muurschilderingen zijn grotendeels door de kansel aan het oog onttrokken.
Op de oostwand zijn restanten muurschilderingen uit de late middeleeuwen zichtbaar. Maria en Petrus zijn te herkennen in een fragment uit het Laatste Oordeel.
Het werd tijd om dit “rode bolwerk” te verlaten. Want in de 20ste eeuw werd in de gemeente Usquert, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, op de SDAP gestemd. In 1931 stemde zelfs 65% voor deze partij! In 1990 stemde minstens 58 % van de kiezers in Usquert op de PvdA. In 1972 was er geen enkele gemeente in Nederland waar de PvdA het beter deed dan in Usquert.
Na zoveel informatie werd het tijd om weer verder te gaan. Tom stelde ik in op Bierum, 25 minuten rijden via Uithuizen en Uithuizermeeden. Ik was Bierum al bijna uit, zo groot is het niet, en toen had ik de kerk wel van een afstand gezien, maar hem nu nog niet gevonden. Dus even gekeerd en daar zag ik hem, natuurlijk aan het eind van de Kerkstraat. Hoe kan het ook anders. Waarom had ik deze kerk uitgezocht? Nou ja, hij lag een beetje op de route en hij had een heel aparte steunbeer. Bovendien had hij mooie fresco’s.
Ik parkeerde de auto en zag een bordje “open”. Ik drukte tegen de deur maar hij ging niet open. Was er misschien nog een deur? Ik vond niets, maar ging wel alvast een foto van de steunbeer maken. Hij staat tegen de westgevel en moet voorkomen dat de kerk verder verzakt. Hij is waarschijnlijk in de 15de eeuw aangebracht. Toen nog maar eens de deur proberen en ja hoor, hij ging open. Daar stond ik dan, helemaal alleen, in de Sebastiaanskerk, gebouwd van helderrode baksteen en een oranjerood pannendak. Er zitten aan en in deze kerk een heleboel architectonische bijzonderheden, waarover ik nu niet zal uitweiden. Wel is er een dichtgezette hagioscoop. De zuidmuur wordt geleed door lisenen en onder de dakvoet is hij versierd met een rondboogfries op consoles en elke travee bevat een rijk geprofileerd rondboogvenster. De toren is ingebouwd en stamt uit de 13de eeuw.
Het schip is overwelfd met meloenvormige koepelgewelven met steeds zes ronde, gedecoreerde ribben die in de sluiting vergaard zijn tot rozet- en stervormige ornamenten. De kerk voelt licht aan met mooi rood en wit metselwerk, van keper- tot vlechtmotieven. Alles is heel decoratief beschilderd. Je herkent afbeeldingen van Sint-Sebastiaan met een pijl in de hand en paus Gregorius de Grote met een tiara en kruisstaf. Op de gewelfschelf van de sluiting is groot een prachtige zegenende Christus verbeeld, met het boek in de hand en zittend op een bewerkte troon. Hij wordt omringd door de symbolen van de evangelisten: de gevleugelde mens van Mattheus, de adelaar van Johannes, de leeuw van Marcus en het rund van Lucas. Ook zijn er nog afbeeldingen van de tronende Maria met Kind, van de kroning van Maria en van Catharina van Alexandrië.
Ik vond de kerk heel mooi met zijn decoratieve ringen van metselwerk, een kleinood, waarvan er hier in Groningen en Oost-Friesland zoveel staan. Maar het was tijd om naar huis te gaan, nog een half uurtje rijden. Ik was om half vijf thuis, mooi op tijd om de kippen hun snack te geven en voor mij te koken.
Na het eten moesten de kippen weer het hokken in en de luikjes worden gesloten. Ook de deuren van de ren moesten dicht. Als je niets afsluit worden ze opgevreten door roofvogels, vossen of andere kleine roofdieren. En dat wil ik mijn zwager niet aandoen. ’s Avonds heb ik lekker televisiegekeken. Dan heb ik een dilemma: in welke kamer ga ik zitten? En ga ik de houtkachel aanmaken. Ach, ik had het warm genoeg, dus dan hoefde niet. Ik snap nu ook waarom ik geen (huis)dieren wil. Ze willen altijd daar zitten waar het niet uitkomt. Gisteren probeerde een poes nog mijn, lees MIJN, plaid in te pikken. En toen ik lekker op de bank lag kreeg ik steeds een staart in mijn gezicht, zodat de televisie niet zag. Maar verder doen ze wel aardig tegen me. Logisch, ik geef ze eten en drinken, kattensnoepjes en ik doe ook wel aardig.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley